Positieve kanten van de reguliere geneeskunde

Belofte maakt schuld: in de vorige blog kondigde ik aan dat er ook positieve zaken te melden waren over de reguliere behandelingen bij (uitgezaaide) (borst)kanker. Eens kijken, waar zal ik beginnen. De diagnostiek is in de loop der jaren steeds beter geworden. Er kan tegenwoordig vrij goed in beeld gebracht worden waar kankercellen zich hebben samengeklonterd tot tumoren, mits die laatste ‘groot’ genoeg zijn. Ook bloedonderzoek geeft veel informatie over wat er in je lichaam aan de hand is. Er kunnen de nodige aantekeningen gemaakt worden bij hoe lastig of pijnlijk de uitgevoerde onderzoeken zijn en dat je als patiënt soms meer dan ’n week moet wachten op een uitslag is ook onnodig belastend, maar laat ik het daar nu niet over hebben. De operatie wordt uitermate deskundig uitgevoerd, met relatief weinig complicaties en een goede kans op herstel. Dat een operatie geen garantie geeft op het voorkomen van uitzaaiingen en dat 1 op de 5 vrouwen in feite voor niets die operatie heeft ondergaan, moet je dan maar snel vergeten. Bestralingen (radiotherapie) werkt in een aantal gevallen uitermate effectief om een tumor in te dammen en daarmee pijn te verlichten. Ook hierbij geldt dat het niet alleen hallelujah is wat de klok slaat omdat de straling an sich niet gezond is en er ook ‘collateral damage’ op kan treden aan omliggende gebieden, maar toch…pijnstilling is een groot goed. Of er daadwerkelijk voordelen zitten aan anti-hormonale therapie als kankerbehandeling, kan ik nog niet zeggen. Ik maak er momenteel vooral gebruik van om na veertig jaar eindelijk af te zijn van maandelijks ongemak. En voor de duidelijkheid: anti-hormonale therapie is niet in staat een uitgezaaide vorm van borstkanker om te buigen naar een remissie. Ik zou graag iets positiefs willen zeggen over chemotherapie, maar daarbij kan ik slechts één ding bedenken: het is fijn dat er een behandeling aangeboden kan worden aan diegenen die nog graag behandeld willen worden en daarmee het idee hebben dat er nog iets te doen valt.

Verder is het positief dat zoveel mensen in de zorg hun beste beentje voor zetten om patiënten bij te staan. Van artsen en verpleegkundigen, tot administratief medewerkers, vrijwilligers, schoonmakers etc. etc. Over het algemeen ontmoet je vooral heel veel vriendelijkheid en de oprechte wens iets goeds voor je te betekenen.

Naarmate ik langer stil sta bij wat het positieve is aan reguliere behandelingen of de algehele aanpak bij reguliere westerse geneeskunde, des te meer bekruipt me het gevoel dat ik daar moeite voor moet doen, dat ik als het ware de lichtpuntjes uit mijn tenen moet halen. Vooruit, nog eentje dan: het is fijn dat er een vorm van ‘genees’kunde bestaat waar mensen zich toe kunnen wenden die zich willen overgeven aan andermans deskundigheid en die graag willen horen wat ze moeten doen om hun lichaam en geest weer een goede kans te geven op gezondheid. Dat dit grotendeels geregeld is in Nederland met een zorgstelsel en dat veel van de kosten door onze gezamenlijke solidariteit wordt opgebracht. Tenslotte: het zegt ook iets over mij dat ik zulke hoge verwachtingen heb van onze vorm van geneeskunde. Alsof die per se in staat zou moeten zijn om soelaas te bieden in allerlei situaties. Dat is waarschijnlijk gewoon teveel gevraagd. Terecht zei een van mijn vrienden dat vaak wordt verwacht dat reguliere geneeskunde allesomvattend is, en het is natuurlijk maar helemaal de vraag of dat überhaupt mogelijk is.

In een volgende blog een update over het leven van het boek en de promotie daarvan.