De erfenis van mijn opa

Ruim 400.000 werklozen in Nederland waarvan alleen al in de maand juni 74.000 erbij,  ruim een derde meer bedrijven failliet dan vorig jaar, meer dan honderdduizend ouderen en gehandicapten die maandenlang opgesloten zaten en nog steeds met beperkingen in contact zitten, tientallen scholen die kinderen verplichten een niet-werkende mondkap te dragen. Cijfers die allemaal feitelijk zijn en zijn op te zoeken via websites van instanties als het CBS. Achter elk van deze cijfers zit een mens, een gezin, een familie. Die lijdt en dat verhaal deelt op allerlei mogelijke manieren. Omwille van een ziekte met een echt naar ziektebeeld, veroorzaakt door een virus met de besmettelijkheid en dodelijkheid van een middelzware griep, aldus het RIVM. En dan zijn er mensen die tegen mij zeggen: je hoeft toch alleen maar een beetje afstand te houden? We hebben alle vrijheden toch nog? Het is hier toch niet zo erg als elders? Mensen die blijkbaar de verhalen van dat lijden niet horen, lezen, zien. Terwijl ze wel mijn berichten zien.

Ik denk de laatste weken regelmatig aan mijn grootvader die ik niet gekend heb. Hij kwam in 1943 terug van de Arbeitseinsatz in Duitsland en vertelde zijn familie dat er concentratiekampen bestonden, met gaskamers, waarin mensen vermoord werden. Hij werd niet geloofd. Dat konden mensen elkaar niet aandoen. Dat zou een regering haar burgers nooit aandoen. Enkele maanden later overleed hij na een noodlottig ongeval. Hij stierf met een bezwaard hart. Een hart dat wist dat er elke dag mensen leden omdat mensen niet wilden geloven dat dit kon gebeuren en er niets aan deden. Ik verwijt mijn familie niets. Vermoedelijk wisten velen in die tijd nog niet dat er inderdaad concentratiekampen bestonden. Ik weet niet of Koningin Wilhelmina daar iets over zei in haar radiotoespraken, die bij mijn weten de enige ‘nieuwsbron’ waren waar mijn familie soms iets van meekreeg. Maar van het weinige dat ik van mijn grootvader weet, is dit een van de belangrijkste elementen. Want mijn familie besefte na de oorlog heel goed wat het betekend heeft voor al die miljoenen mensen die omkwamen. En wat het betekend moet hebben voor mijn grootvader dat hij niet geloofd werd.

Misschien zijn er nu mensen die al in de verontwaardiging schieten en denken: ze gaat deze situatie toch niet vergelijken met die in de Tweede Wereldoorlog? Maar het begon niet met concentratiekampen, het eindigde daarmee. Het begon veel eerder. Het begon al vòòr maart 1933 toen er een machtigingswet werd aangenomen. Een wet waarmee de Duitse Rijksdag zichzelf buiten spel zette. ‘De Rijksregering kreeg met deze wet wetgevende bevoegdheden waardoor een door de nazi’s gedomineerde regering vrij baan kreeg bij het realiseren van een “nationaalsocialistische maatschappij” zonder dat er nog een controlerend parlement tussenbeide kon komen’ (Bron: Wikipedia). Een wet die akelige overeenkomsten vertoont met de Tijdelijke wet Covid-19, waarmee het Nederlandse parlement zichzelf binnenkort ook buiten spel zet en de regering verder kan bouwen aan het “nieuwe normaal”. Blijkbaar is het historisch besef van onze volksvertegenwoordigers heel gering. Het begon nog eerder dan 1933. Het begint altijd veel eerder. Het begint met het geloof dat een regering het beste voor heeft met het volk dat het zou moeten dienen. En een vasthouden aan dat geloof vanuit de bevolking, zelfs als alle tekenen daar tegenin gaan.

De laatste tijd denk ik ook regelmatig aan een stuk tekst die diepe indruk op mij maakte toen deze voorgelezen werd tijdens de geschiedenisles op de middelbare school. Die luidt: Toen de nazi’s de communisten arresteerden, heb ik gezwegen; ik was immers geen communist. Toen ze de sociaaldemocraten gevangenzetten, heb ik gezwegen; ik was immers geen sociaaldemocraat. Toen ze de vakbondsleden kwamen halen, heb ik niet geprotesteerd; ik was immers geen vakbondslid. Toen ze de Joden opsloten, heb ik niet geprotesteerd; ik was immers geen Jood. Toen ze mij kwamen halen was er niemand meer, die nog protesteren kon.

Deze tekst werd uitgesproken door Martin Niemöller, een Duitse predikant, die in 1937 werd gearresteerd en uiteindelijk in de concentratiekampen Sachsenhausen en Dachau terechtkwam. Hij overleefde het en sprak bovenstaande tekst uit tijdens een lezing in januari 1946. Ik heb er een versie anno 2020 van gemaakt, maar ik gun iedereen een creatief proces dus die regels hou ik nog even voor me.

Mensen willen niet geloven dat er een plan zit achter de maatregelen van regeringen wereldwijd. Ze kennen de cijfers die aangeven dat dit een ziekte met het effect van een middelzware griep was, met een heel vervelend ziektebeeld. Misschien weten ze nog niet dat wat wij in de volksmond ‘de griep’ noemen altijd al een combinatie was van een paar families van virussen: rhinovirussen, influenzavirussen en coronavirussen. Waar in Nederland in het griepseizoen tussen oktober en maart/april gemiddeld tussen de 6.000 en 7.000 mensen per jaar aan overlijden. Dit jaar ruim 6.100 aan een coronavirus, en 400 aan een influenzavirus. Ruim 6.500, precies het jaarlijks gemiddelde. En als de regering dit niet had aangegrepen en de media waren niet zo volop meegegaan in de angstcampagne, dan was er rond deze tijd 1 krantenartikel verschenen op pagina 17 rechtsonderin van de landelijke kranten waarin dit cijfer werd genoemd waarna iedereen overging tot de orde van de dag. Net zoals minister van Justitie en Veiligheid Grapperhaus onlangs ‘gewoon’ zijn huwelijksfeest vierde en iedereen dat zou kunnen doen. Maar nu wordt de economie naar de rand van de afgrond gebracht en wordt de samenleving ontwricht terwijl er geen sprake meer is van welk gevaar van een ‘killervirus’ dan ook. De ineenstorting van ons huidige financieel, sociaal en economisch stelsel past echter naadloos in afspraken die ook al weer lang geleden gemaakt zijn. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ik nog niet weet hoe slecht die afspraken voor de mensheid op lange termijn uitpakken. Ik heb simpelweg nog niet alle 351 pagina’s van Agenda 21 gelezen. Er wordt nogal wat geroepen op sociale media, maar hoevelen getroosten zich de moeite om te kijken of het klopt? De eerste tientallen pagina’s maken me echter niet optimistisch, om het zwak uit te drukken.

Alles in me is alert als ik zie dat er bewust lijden wordt veroorzaakt. En er gedaan wordt alsof dat te maken heeft met een enge ziekte. De ziekte wordt misbruikt als voorwendsel en stoplap voor iets anders. Ik hou er niet van als mensen bewust lijden wordt aangedaan. Mijn vader, die zijn vader verloor als zevenjarig jochie, kon er evenmin tegen. En ook mijn grootvader keek niet weg en sprak zich uit. Als een van de kleindochters van Frans Sluijter ben ik er trots op het vermogen te bezitten te zien wanneer leugens en bedrog tot rampspoed leiden. En die zich niet stilhoudt. Een mooie erfenis van mijn opa.